intercedent
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bemiddelaar bij verzekeringsmaatschappijen en uitzendbureau's
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| intercedenten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bemiddelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van intercedent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| intercedenten | meervoud | intercedent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intercedent zijn vastgelegd.