instant
bijvoeglijk naamwoord ˈinstɑntBetekenis
- meteen te gebruiken, zonder veel voorbereiding beschikbaar
- zeer korte tijd, fractie van een seconde
- onmiddellijk
- oplos-
Hoe spreek je instant uit?
/ˈinstɑnt/
Instant bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| instants | partitief, stellende trap |
Herkomst
van Engels instant
Woordfamilie van instant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| instants | partitive, positive | instant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instant zijn vastgelegd.