inreisbeperking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- maatregel die de soort reizigers dat een land mag binnengaan beperkt
- maatregel die het aantal reizigers dat een land mag binnengaan beperkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inreisbeperkingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van inreizen ww en beperking zn
Woordfamilie van inreisbeperking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inreisbeperkingen | meervoud | inreisbeperking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inreisbeperking zijn vastgelegd.