inkeer
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het anders gaan denken of doen als iemand zich realiseert dat die fout dacht of handelde
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inkeren
Vervoeging van inkeer
inkeerhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bezinning’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1537