inferioriteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- van mindere waarde of kwaliteit zijnde
- van een lagere rang zijnde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inferioriteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘minderheid in rang’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Woordfamilie van inferioriteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inferioriteiten | meervoud | inferioriteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inferioriteit zijn vastgelegd.