incasso
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het ontvangen van geld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| incasso's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘het incasseren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van incasso
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| incasso's | meervoud | incasso |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van incasso zijn vastgelegd.