imprimatur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het worde gedrukt (de Latijnse benaming voor de officiële toestemming van een bisschop uit de Katholieke Kerk, nodig voor het drukken van geschriften als Bijbelteksten, boeken over theologie, kerkgeschiedenis of kerkelijk recht en devotieprentjes)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| imprimaturs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verlof tot drukken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van imprimatur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| imprimaturs | meervoud | imprimatur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van imprimatur zijn vastgelegd.