impost
zelfstandig naamwoord ˈɪmpɔstBetekenis
- accijns
Hoe spreek je impost uit?
/ˈɪmpɔst/
Impost bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de horizontale lijst of band, waarop een boog steunt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| imposten | meervoud |
Woordfamilie van impost
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| imposten | meervoud | impost |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van impost zijn vastgelegd.