ijsvissen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vorm van vissen, waarbij men vissen probeert te vangen met een vishaak of speer door een gat in het ijs van bijvoorbeeld een bevroren zee, meer of vijver
Vervoeging van ijsvissen
ijsvissenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ijsvis
Herkomst
samenstelling van ijs zn en vissen ww
Woordfamilie van ijsvissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijsvissend | woordvorm | ijsvissen |
| ijsvissende | woordvorm | ijsvissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijsvissen zijn vastgelegd.