ijshal
zelfstandig naamwoord /'ɛishɑl/Betekenis
- overdekte hal waarin geschaatst kan worden op bijvoorbeeld een 111 meter-baan (shorttrack), 400 meter-baan (langebaan-schaatsen) of een ijshockeybaan
Hoe spreek je ijshal uit?
/ˈɛishɑl/
Ijshal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| s | sok |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijshallen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs zn en hal zn
Woordfamilie van ijshal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijshallen | meervoud | ijshal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijshal zijn vastgelegd.