huwelijksplicht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de, met name seksuele, plichten die partners in het huwelijk hebben ten opzichte van elkaar
- het getrouwd moeten zijn als men beroep wilt doen op gezinshereniging
- het verplicht zijn om te trouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huwelijksplichten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huwelijk zn en plicht zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van huwelijksplicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huwelijksplichten | meervoud | huwelijksplicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwelijksplicht zijn vastgelegd.