huwelijksgemeenschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de gezamenlijkheid binnen een huwelijk bijv. van goederen
- seksuele omgang binnen het huwelijk, geslachtsgemeenschap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huwelijksgemeenschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huwelijk en gemeenschap met het invoegsel -s-
Woordfamilie van huwelijksgemeenschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huwelijksgemeenschappen | meervoud | huwelijksgemeenschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwelijksgemeenschap zijn vastgelegd.