huishuur
zelfstandig naamwoord ˈhœyshyrBetekenis
- de hoeveelheid geld die je moet betalen aan de eigenaar van de woning, om een bepaalde tijd in de woning te mogen wonen
Hoe spreek je huishuur uit?
/ˈhœyshyr/
Huishuur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huishuren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en huur zn
Woordfamilie van huishuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huishuren | meervoud | huishuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huishuur zijn vastgelegd.