houtsoort
zelfstandig naamwoord ˈhɑutsortBetekenis
- één van de vele typen hout
Hoe spreek je houtsoort uit?
/ˈhɑutsort/
Houtsoort bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| s | sok |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- elk van de vele typen hout zoals verschillende soorten bomen die voortbrengen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtsoorten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hout zn en soort zn
Woordfamilie van houtsoort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houtsoorten | meervoud | houtsoort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houtsoort zijn vastgelegd.