house
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- housemuziek
- huis
- huisgezin
- familie
- coterie
- herbergen
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van housen
- gebiedende wijs van housen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van housen
- aanvoegende wijs van housen
Vervoeging van house
househele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘stroming in de popmuziek’ voor het eerst aangetroffen in 1987