hospitium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gastenverblijf (in een klooster)
- kloostergemeenschap die gastvrijheid verleent aan doortrekkende reizigers
- herstellingsoord
- stage op een middelbare school
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hospitia | meervoud |
| hospitiums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gastverblijf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van hospitium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hospitia | meervoud | hospitium |
| hospitiums | meervoud | hospitium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hospitium zijn vastgelegd.