hoogspringen
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈhoxsprɪŋə(n)Betekenis
- atletiekdiscipline waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat of touw te springen
- over een hooggeplaatste, tussen twee staanders bevestigde lat of touw proberen springen
Hoe spreek je hoogspringen uit?
/ˈhoxsprɪŋən/
Hoogspringen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| x | acht |
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- over een hooggeplaatste, tussen twee staanders bevestigde lat of touw proberen te springen unergative
Vervoeging van hoogspringen
hoogspringenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van hoog en springen
Woordfamilie van hoogspringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hooggesprongen | woordvorm | hoogspringen |
| hoogspring | with-subordinate-clause | hoogspringen |
| hoogspringend | woordvorm | hoogspringen |
| hoogspringende | woordvorm | hoogspringen |
| hoogspringt | with-subordinate-clause | hoogspringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogspringen zijn vastgelegd.