hilariteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrolijkheid of gelach
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hilariteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrolijkheid’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van hilariteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hilariteiten | meervoud | hilariteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hilariteit zijn vastgelegd.