heiligbeen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- driehoekig beenstuk onderaan de wervelkolom bij mensen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heiligbeenderen | meervoud |
| heiligbenen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘een bekkenbeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1718
Woordfamilie van heiligbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heiligbeenderen | meervoud | heiligbeen |
| heiligbenen | meervoud | heiligbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heiligbeen zijn vastgelegd.