harigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het met (veel) haar begroeid zijn; het hebben van haar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harigheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van harig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van harigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harigheden | meervoud | harigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harigheid zijn vastgelegd.