halfsteens
bijvoeglijk naamwoord ˈhɑlᵊfˌstensBetekenis
- ter dikte van de breedte van een baksteen
Hoe spreek je halfsteens uit?
/ˈhɑləfˌstens/
Halfsteens bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ə | de |
| f | fiets |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- zo dik als een baksteen breed is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halfsteense | verbogen, stellende trap |
Herkomst
samenstellend afgeleid van half bn en steen zn met het achtervoegsel -s
Woordfamilie van halfsteens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halfsteense | verbogen vorm | halfsteens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halfsteens zijn vastgelegd.