halfnaakt
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- half gekleed maar ook half ontkleed
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halfnaakte | verbogen, stellende trap |
| halfnaakts | partitief, stellende trap |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gedeeltelijk naakt persoon
Herkomst
samenstelling van half bn en naakt bn
Woordfamilie van halfnaakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halfnaakte | verbogen vorm | halfnaakt |
| halfnaakten | meervoud | halfnaakt |
| halfnaaktje | woordvorm | halfnaakt |
| halfnaaktjes | meervoud | halfnaakt |
| halfnaakts | partitive, positive | halfnaakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halfnaakt zijn vastgelegd.