grootstad
zelfstandig naamwoord ˈɣrotstɑtBetekenis
- dichtbebouwd gebied met veel inwoners waar mensen uit een zeer wijde omgeving naartoe komen voor economische of culturele activiteiten
Hoe spreek je grootstad uit?
/ˈxrotstɑt/
Grootstad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootsteden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van groot bn en stad zn , leenvertaling van Duits Großstadt
Woordfamilie van grootstad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootsteden | meervoud | grootstad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootstad zijn vastgelegd.