grondslag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- metselwerk in de grond waarop een gebouw kan rusten
- datgene waarop een beschouwing, ontwerp, redenering e.d. berust
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grondslagen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘fundament’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van grondslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grondslagen | meervoud | grondslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grondslag zijn vastgelegd.