groepslid
zelfstandig naamwoord ˈɣrupslɪtBetekenis
- iemand die lid is van een groep
Hoe spreek je groepslid uit?
/ˈxrupslɪt/
Groepslid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groepsleden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van groep en lid met het invoegsel -s-
Woordfamilie van groepslid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groepsleden | meervoud | groepslid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groepslid zijn vastgelegd.