groeitijd
zelfstandig naamwoord ˈɣrujtɛitBetekenis
- de periode van het jaar dat iets groeit
- de totale tijd die nodig is voor het groeien
- de tijd dat iets groeit
Hoe spreek je groeitijd uit?
/ˈxrujtɛit/
Groeitijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| j | ja |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groeitijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van groei en tijd
Woordfamilie van groeitijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groeitijden | meervoud | groeitijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groeitijd zijn vastgelegd.