gratie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het afzien van de uitvoering van een straf
zelfstandig naamwoord
- zwier
- goedgezindheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gratiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘goedgunstigheid, genade’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van gratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gratiën | meervoud | gratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gratie zijn vastgelegd.