grasgroen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een kleur groen met RAL-nummer 6010.
- deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6010.
zelfstandig naamwoord — neuter
- tint groen met RAL-nummer 6010 ( ). no-plural
bijvoeglijk naamwoord
- in een tint groen met RAL-nummer 6010 ( ).
Herkomst
samenstelling van gras en groen
Woordfamilie van grasgroen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grasgroene | woordvorm | grasgroen |
| grasgroenen | meervoud | grasgroen |
| grasgroener | woordvorm | grasgroen |
| grasgroenere | woordvorm | grasgroen |
| grasgroeners | woordvorm | grasgroen |
| grasgroens | woordvorm | grasgroen |
| grasgroenst | woordvorm | grasgroen |
| grasgroenste | woordvorm | grasgroen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grasgroen zijn vastgelegd.