graal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verborgen of verloren gegaan heilig voorwerp, volgens sommigen de beker gebruikt bij het laatste avondmaal door Jesus en zijn discipelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gralen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘magisch voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276 in het werk 'Li contes del Graal' van Chrétien de Troyes
Woordfamilie van graal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gralen | meervoud | graal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graal zijn vastgelegd.