goudgeel
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een kleur geel met RAL-nummer 1004; een gele kleur zoals die van goud.
- deze kleur hebbend, een kleur geel, met RAL-nummer 1004.
zelfstandig naamwoord — neuter
- tint geel met RAL-nummer 1004 ( ); een gele kleur zoals die van goud. no-plural
bijvoeglijk naamwoord
- in een tint geel met RAL-nummer 1004 ( ).
Herkomst
samenstelling van goud en geel
Woordfamilie van goudgeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| goudgeels | woordvorm | goudgeel |
| goudgeelst | woordvorm | goudgeel |
| goudgeelste | woordvorm | goudgeel |
| goudgele | woordvorm | goudgeel |
| goudgelen | meervoud | goudgeel |
| goudgeler | woordvorm | goudgeel |
| goudgelere | woordvorm | goudgeel |
| goudgelers | woordvorm | goudgeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goudgeel zijn vastgelegd.