gomma
zelfstandig naamwoord /ˈɣɔma/Betekenis
- lijm of stijfsel gemaakt met zetmeel van cassave
- die voorkomt in hoger gelegen delen van het Amazonegebied in Zuid-Amerika en benut wordt om zijn hout, schaduw en geneeskrachtige werking
- rubber
- gum
- autoband
Hoe spreek je gomma uit?
/ˈxɔma/
Gomma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- soort boom Guarea gomma uit het geslacht Guarea die voorkomt in hoger gelegen delen van het Amazonegebied in Zuid-Amerika en benut wordt om zijn hout, schaduw en geneeskrachtige werking
Herkomst
van Portugees goma "gom, lijm, stijfsel", omdat zetmeel als lijm gebruikt kan worden