ginkgo
zelfstandig naamwoord ˈɣɪŋkxoBetekenis
- een geslacht van bomen uit de familie Ginkgoaceae. Het geslacht is bijna uitgestorven, alleen de Japanse notenboom (Ginkgo biloba) is nog aanwezig en wordt gezien als een levend fossiel
Hoe spreek je ginkgo uit?
/ˈxɪŋkxo/
Ginkgo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor bomen uit het geslacht Ginkgo uit de familie Ginkgoaceae; dit geslacht is uitgestorven op de Japanse notenboom Ginkgo biloba na, die daarom soms wordt gezien als een levend fossiel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ginkgo's | meervoud |
Herkomst
van Japans 銀杏 (ginkyo), in de betekenis van ‘een Japanse boom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1866
Woordfamilie van ginkgo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ginkgo's | meervoud | ginkgo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ginkgo zijn vastgelegd.