gimmick
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (nutteloze maar) opvallende eigenaardigheid
zelfstandig naamwoord — masculine
- opvallende, maar verder meestal nutteloze eigenaardigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gimmicks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vernuftig apparaat, laatste snufje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1962
Woordfamilie van gimmick
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gimmicks | meervoud | gimmick |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gimmick zijn vastgelegd.