geïmproviseerd
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- pas ter plekke en op het moment zelf bedacht zonder vooropgesteld plan
Woordvorm
- voltooid deelwoord van improviseren
Vervoeging van geïmproviseerd
geïmproviseerdhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van improviseren: de stam met omvoegsel ge- -d
Woordfamilie van geïmproviseerd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïmproviseerder | woordvorm | geïmproviseerd |
| geïmproviseerdere | woordvorm | geïmproviseerd |
| geïmproviseerders | woordvorm | geïmproviseerd |
| geïmproviseerds | woordvorm | geïmproviseerd |
| geïmproviseerdst | woordvorm | geïmproviseerd |
| geïmproviseerdste | woordvorm | geïmproviseerd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geïmproviseerd zijn vastgelegd.