gezinsvoogd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die door de rechter is aangewezen om toezicht te houden op een gezin, waarvan de ouders (nog) niet uit de ouderlijke macht zijn gezet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezinsvoogden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gezin zn en voogd zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van gezinsvoogd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezinsvoogden | meervoud | gezinsvoogd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezinsvoogd zijn vastgelegd.