gezagvoerder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon op wie de hoogste verantwoordelijkheid rust aan boord van een vlieg- of vaartuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezagvoerders | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iem. die het bevel heeft’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Woordfamilie van gezagvoerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezagvoerders | meervoud | gezagvoerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezagvoerder zijn vastgelegd.