gerant
zelfstandig naamwoord ʃeˈrɑ̃Betekenis
- bedrijfsleider, filiaalhouder, zaakvoerder, zaakwaarnemer, zetbaas
- horecabedrijfsleider, gastheer, uitbater, ober, kelner
- manager, zaakvoerder
Hoe spreek je gerant uit?
/ʃeˈrɑ/
Gerant bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| e | veel |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bedrijfsleider, exploitant, filiaalhouder, zaakvoerder, zaakwaarnemer, zetbaas
- horecabedrijfsleider, gastheer, uitbater
- ober, kelner
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geranten | meervoud |
| gerants | meervoud |
Herkomst
Van het Franse participium gérant, waarbij de spelling licht is aangepast . In de betekenis van ‘zaakleider’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van gerant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geranten | meervoud | gerant |
| gerants | meervoud | gerant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gerant zijn vastgelegd.