generositeit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- op een gulle manier de rijkdom die je hebt delen met anderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| generositeiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘edelmoedigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van generositeit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| generositeiten | meervoud | generositeit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van generositeit zijn vastgelegd.