generaal-majoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- opperofficier bij de landmacht, de luchtmacht en de medische dienst, één rang hoger dan brigadegeneraal, respectievelijk commodore, en gelijk aan schout-bij-nacht (divisieadmiraal) bij de marine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| generaal-majoors | meervoud |
| generaals-majoor | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van generaal en majoor
Woordfamilie van generaal-majoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| generaal-majoors | meervoud | generaal-majoor |
| generaals-majoor | meervoud | generaal-majoor |
| generaals-majoors | meervoud | generaal-majoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van generaal-majoor zijn vastgelegd.