gember
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een specerij met een scherpe smaak gemaakt van de wortelstok van een tropische plant
zelfstandig naamwoord — masculine
- Zingiber officinale, een specerij met een scherpe smaak gemaakt van de wortelstok van een tropische plant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gembers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘eetbare gekonfijte wortelstok’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van gember
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gembers | meervoud | gember |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gember zijn vastgelegd.