gemaskerd
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ɣəˈmɑskərtBetekenis
- van een masker voorzien, met een masker op
Hoe spreek je gemaskerd uit?
/xəˈmɑskərt/
Gemaskerd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| k | kat |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemaskerde | verbogen, stellende trap |
| gemaskerds | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van maskeren
Vervoeging van gemaskerd
gemaskerdhele werkwoord
Herkomst
leenvertaling van Italiaans mascherato; op te vatten als: **bn: pseudodeelwoord afgeleid van masker zn met het omvoegsel ge- -d **ww: vervoeging van maskeren: de stam met omvoegsel ge- -d, (máskeren: "een masker opdoen")
Woordfamilie van gemaskerd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemaskerds | partitive, positive | gemaskerd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemaskerd zijn vastgelegd.