geestelijkheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de gezamenlijke geestelijken (persoon die, vaak door een bepaalde religieuze wijding, de bevoegdheid heeft gekregen om godsdienstonderricht te geven en/of bepaalde gewijde handelingen te verrichten en/of religieuze bestuursfuncties uit te oefenen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geestelijkheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van geestelijk met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van geestelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geestelijkheden | meervoud | geestelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geestelijkheid zijn vastgelegd.