gebitsziekte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aandoening van het gebit.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebitsziekten | meervoud |
| gebitsziektes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gebit en ziekte met het invoegsel -s-
Woordfamilie van gebitsziekte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebitsziekten | meervoud | gebitsziekte |
| gebitsziektes | meervoud | gebitsziekte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebitsziekte zijn vastgelegd.