gebiedsgericht
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op een heel gebied
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebiedsgerichte | verbogen, stellende trap |
| gebiedsgerichter | onverbogen, vergrotende trap |
| gebiedsgerichtere | verbogen, vergrotende trap |
| gebiedsgerichters | partitief, vergrotende trap |
| gebiedsgerichts | partitief, stellende trap |
| gebiedsgerichtst | onverbogen, overtreffende trap |
| gebiedsgerichtste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van gebied en gericht met het invoegsel -s-
Woordfamilie van gebiedsgericht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebiedsgerichte | verbogen vorm | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichter | vergrotende trap | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichtere | verbogen vergrotende trap | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichters | partitieve vergrotende trap | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichts | partitive, positive | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichtst | uninflected, superlative | gebiedsgericht |
| gebiedsgerichtste | inflected, superlative | gebiedsgericht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebiedsgericht zijn vastgelegd.