wijkgericht
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een organisatie of dienst dat deze werkt binnen één wijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijkgerichte | verbogen, stellende trap |
| wijkgerichter | onverbogen, vergrotende trap |
| wijkgerichtere | verbogen, vergrotende trap |
| wijkgerichters | partitief, vergrotende trap |
| wijkgerichts | partitief, stellende trap |
| wijkgerichtst | onverbogen, overtreffende trap |
| wijkgerichtste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van wijk zn en gericht bn
Woordfamilie van wijkgericht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijkgerichte | verbogen vorm | wijkgericht |
| wijkgerichter | vergrotende trap | wijkgericht |
| wijkgerichtere | verbogen vergrotende trap | wijkgericht |
| wijkgerichters | partitieve vergrotende trap | wijkgericht |
| wijkgerichts | partitive, positive | wijkgericht |
| wijkgerichtst | uninflected, superlative | wijkgericht |
| wijkgerichtste | inflected, superlative | wijkgericht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijkgericht zijn vastgelegd.