gay
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord geBetekenis
- homoseksueel
- vrolijk, levendig, opgewekt
- gaai
- papegaai
- homoseksueel; in de nauwe betekenis tot alleen mannen, die aangetrokken zijn tot mannen
- homoseksueel; in de brede betekenis tot zowel mannen als vrouwen, die aangetrokken zijn tot hun eigen geslacht
Hoe spreek je gay uit?
/ge/
Gay bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| e | veel |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die seksueel wordt aangetrokken door mensen met hetzelfde geslacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gays | meervoud |
Herkomst
van Engels gay, in de betekenis van ‘homoseksueel’ voor het eerst aangetroffen in 1984, maar als Engelse uitdrukking met een Nederlandse vertaling al bekend in 1977
Woordfamilie van gay
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaye | woordvorm | gay |
| gayer | woordvorm | gay |
| gayere | woordvorm | gay |
| gayers | woordvorm | gay |
| gays | meervoud | gay |
| gayst | woordvorm | gay |
| gayste | woordvorm | gay |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gay zijn vastgelegd.