gaucho
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Latijns-Amerikaanse cowboys van Spaanse afkomst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaucho's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gekleurde koeherder’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van gaucho
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaucho's | meervoud | gaucho |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaucho zijn vastgelegd.