gastspreker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand een lezing geeft en geen lid is van het gezelschap waarvoor hij spreekt, iemand die als gast een lezing geeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gastsprekers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gast zn en spreker zn
Woordfamilie van gastspreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gastsprekers | meervoud | gastspreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gastspreker zijn vastgelegd.