futurum
zelfstandig naamwoord fyˈtyrʏmBetekenis
- aanduiding voor handelingen die zich in de toekomst afspelen en voor de vorm die het werkwoord krijgt als de handeling die het uitdrukt zich in de toekomst afspeelt
- toekomst
- vorm van het werkwoord die in het Latijn zowel de actieve als passieve onvoltooid toekomende tijd aangeeft
- amabit = hij zal beminnen
- toekomende tijd
Hoe spreek je futurum uit?
/fyˈtyrʏm/
Futurum bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| y | fuut |
| t | tak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| futura | meervoud |
| futurums | meervoud |
Herkomst
van Latijn futurum, in de betekenis "toekomende tijd" aangetroffen vanaf 1633
Woordfamilie van futurum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| futura | meervoud | futurum |
| futurums | meervoud | futurum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van futurum zijn vastgelegd.