futloosheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het futloos zijn
- sloomheid, luiheid, moeheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| futloosheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van futloos met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van futloosheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| futloosheden | meervoud | futloosheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van futloosheid zijn vastgelegd.